ECLI:NL:RBZWB:2023:2750
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag forensenbelasting over 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag forensenbelasting voor het jaar 2020 opgelegd door de heffingsambtenaar van de Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland. De aanslag betrof een bedrag van €2.168 voor een woning in de gemeente Veere.
Belanghebbende voerde aan dat hij de woning vanwege corona niet kon gebruiken en dat hij volgens een overeenkomst niet meer dan 89 dagen gebruik mocht maken van de woning, waardoor de aanslag onterecht zou zijn. De heffingsambtenaar stelde dat bepalend is of de woning beschikbaar werd gehouden, niet of er daadwerkelijk gebruik van werd gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet had onderbouwd dat hij de woning niet meer dan 90 dagen beschikbaar had. De verhuurovereenkomst bevatte geen beperking voor eigen gebruik en op dagen dat de woning niet verhuurd was, stond deze ter beschikking van belanghebbende. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag bleef in stand.
Belanghebbende stelde ook dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat niet alle huiseigenaren die minder verhuren een aanslag kregen. De rechtbank volgde dit niet vanwege gebrek aan onderbouwing en bewijs van gelijke gevallen.
De rechtbank wees het beroep af, waardoor belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag forensenbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.