ECLI:NL:RBZWB:2023:2760
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toekenning Ziektewet-uitkering aan voormalig werkneemster ongegrond verklaard
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar voormalig werkneemster een Ziektewet-uitkering toe te kennen vanaf 2 november 2020, met als eerste ziektedag 3 april 2019. Werkneemster was sinds 2 januari 2002 in dienst en tekende op 30 juni 2020 een vaststellingsovereenkomst, waarna zij op 30 oktober 2020 uit dienst trad. De rechtbank onderzocht of werkneemster op het moment van tekenen van de vaststellingsovereenkomst hersteld was.
De verzekeringsarts stelde vast dat werkneemster vanaf 3 april 2019 ziek was en nooit meer haar volledige arbeidsduur had hervat. Uit dossierstukken en verslagen van de bedrijfsarts bleek dat werkneemster re-integratiepogingen deed, maar nog beperkt werkzaam was en een behandeltraject volgde. Er was geen formele hersteldmelding en ook uit WhatsApp-gesprekken bleek dat werkneemster nog klachten had en behandelingen onderging.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht 3 april 2019 als eerste ziektedag heeft vastgesteld en dat werkneemster bij het tekenen van de vaststellingsovereenkomst nog ziek was. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV tot toekenning van een Ziektewet-uitkering is ongegrond verklaard.