Belanghebbende en haar directeur zijn overeengekomen om drie lijfrenteovereenkomsten af te kopen, waarbij een afkoopsom van €733.000 is vastgesteld op basis van een rekenrente van 0,34%. De inspecteur heeft echter de afkoopwaarde berekend op €306.115, gebruikmakend van contractrente en boekwaarde.
Belanghebbende voerde aan dat de afkoopwaarde op basis van de benaderde marktwaarde moest worden berekend, maar heeft dit niet aannemelijk kunnen maken. De rechtbank stelt dat de bewijslast hiervoor bij belanghebbende ligt en dat zij deze niet heeft voldaan, mede omdat de inspecteur de gehanteerde rente gemotiveerd heeft betwist.
De rechtbank concludeert dat de aanslag vennootschapsbelasting terecht is opgelegd en dat ook de belastingrentebeschikking standhoudt, aangezien belanghebbende hiertegen geen zelfstandige gronden heeft aangevoerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de aanslag en belastingrente in stand blijven.