ECLI:NL:RBZWB:2023:2776
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek alimentatiepensioen voor in Spanje wonende belastingplichtige
Belanghebbende, een in Spanje wonende gepensioneerde, betwistte de aanslagen inkomstenbelasting (IB) 2016 en 2017 die door de inspecteur waren opgelegd. De kern van het geschil was of hij het aan zijn ex-partner betaalde deel van zijn pensioen in mindering mocht brengen op zijn belastbaar inkomen. De inspecteur had het belastbaar inkomen vastgesteld op basis van het in Nederland belastbare deel van het pensioen en de stamrechtuitkering, zonder aftrek van het aan de ex-partner betaalde bedrag.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende niet als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige kon worden aangemerkt en daarom geen recht had op persoonsgebonden aftrek volgens de Wet IB 2001. De samenlevingsovereenkomst tussen belanghebbende en zijn ex-partner gaf de ex-partner geen rechtstreeks recht op het pensioen tegenover de pensioenuitkerende instantie.
Ook op grond van het Unierecht kon belanghebbende geen aftrek claimen, omdat niet nagenoeg zijn volledige pensioeninkomen in Nederland werd belast. Het deel van het pensioen dat in Spanje werd belast was substantieel, waardoor Nederland niet verplicht was rekening te houden met persoonlijke omstandigheden zoals alimentatiebetalingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslagen. Belanghebbende kreeg geen teruggaaf van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aanslagen inkomstenbelasting 2016 en 2017 worden gehandhaafd zonder aftrek van het aan de ex-partner betaalde pensioenbedrag.