ECLI:NL:RBZWB:2023:2830

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 april 2023
Publicatiedatum
25 april 2023
Zaaknummer
AWB- 23_1892 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • L. Hertsig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen tijdelijke omgevingsvergunning minicamping

Verzoeker maakte bezwaar tegen de tijdelijke omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland verleende aan een vergunninghouder voor het aanleggen en exploiteren van een minicamping in strijd met het bestemmingsplan. Verzoeker vreest dat de exploitatie van de minicamping haar watervoorziening in gevaar brengt en verzocht om schorsing van de vergunning tot twee weken na beslissing op bezwaar.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting en stelde vast dat de bouwwerkzaamheden feitelijk afgerond waren en dat de voorlopige voorziening alleen nog betrekking kon hebben op het verbod tot exploitatie. Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat er daadwerkelijk een probleem met de watertoevoer zou ontstaan door de exploitatie van de minicamping. De vergunninghouder gaf aan dat het watergebruik beperkt zou blijven en dat het probleem eerder lag bij de uitbreiding van de camping van verzoeker zelf.

De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen spoedeisend belang was en dat de exploitatie zonder onomkeerbare gevolgen kan worden gestaakt indien het besluit wordt herroepen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tijdelijke omgevingsvergunning voor de minicamping is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/1892

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2023 in de zaak tussen

[naam verzoekster], uit [vestigingsplaats verzoekster], verzoeker

(gemachtigde: A.H. van Leeuwen),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland

(gemachtigde: [naam gemachtigde]).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[naam vergunninghouder]uit [woonplaats vergunninghouder] (de vergunninghouder).

Inleiding

1. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van burgemeester en wethouders van 24 januari 2023, verzonden op 31 januari 2023, (bestreden besluit) waarin het college een tijdelijke omgevingsvergunning heeft verleend voor het aanleggen en exploiteren van een minicamping op het adres [adres minicamping] in [plaats minicamping]. Daarbij is toestemming verleend aan vergunninghouder om voor een periode van 10 jaar een minicamping te mogen exploiteren in strijd met het bestemmingsplan. Verzoeker heeft een camping aan [adres camping] te [plaats camping], die nagenoeg grenst aan de nu vergunde minicamping.
1.1
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, nu ter plaatse in hoog tempo een minicamping wordt aangelegd met de bedoeling die op korte termijn in gebruik te nemen. Verzoeker verwacht dat daardoor haar watervoorziening in gevaar komt. Hij vindt dat de vergunning geschorst moet worden tot 2 weken nadat het college een beslissing op bezwaar heeft genomen.
1.2
De rechtbank heeft het beroep op 18 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van het college en de vergunninghouder.

Overwegingen

2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.1
De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt. Verder dient deze beslissing het resultaat te zijn van een belangenafweging, waarbij moet worden bezien of uitvoering van het bestreden besluit voor verzoeker een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van dat besluit te dienen belang.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat zijn de feiten?
3. Op 15 december 2022 vraagt de vergunninghouder een vergunning aan voor het aanleggen van een minicamping en bijbehorende bebouwing aan [adres minicamping] in [plaats minicamping]. Dat terrein kent een bedrijfsbestemming. De bebouwing beperkt zich tot een kleine sanitaire unit en twee stacaravans en is inmiddels gerealiseerd. Het terrein moet alleen nog beplant worden.
Spoedeisendheid
4. De vergunninghouder geeft aan dat er geen spoedeisend belang is. De bedoeling is dat de camping half juli 2023 open gaat. Het college verwacht rond half juli 2023 op het bezwaar te beslissen. De voorzieningenrechter stelt vast dat alle bouwwerkzaamheden feitelijk al zijn afgerond. Voor de beplanting is geen vergunning nodig. Dat betekent dat de voorlopige voorziening alleen nog gaat over een verbod om de minicamping te exploiteren.
4.1
Een belang van verzoeker is dat zij vreest voor problemen met de watertoevoer. Zij heeft telefonisch overleg gehad met Evides en problemen met de watertoevoer zijn niet uit te sluiten. Vergunninghouder stelt daar tegenover dat hij niet veel meer water zal gebruiken dan hij nu doet met zijn gezin. Het gaat om 2 douches en een watertappunt die op zijn huisaansluiting van 25 mm zijn aangesloten. Volgens hem is het probleem dat verzoeker zelf zijn camping heeft uitgebreid zonder de aansluiting te verzwaren.
4.2
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker niet heeft aangetoond dat er daadwerkelijk een probleem is te verwachten met de watertoevoer en dat dat probleem veroorzaakt zal worden door de exploitatie van de minicamping van vergunninghouder. Verzoeker heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat hij een spoedeisend belang heeft. Bovendien kan de exploitatie feitelijk zonder onomkeerbare gevolgen gestaakt worden als het bestreden besluit herroepen wordt. De stacaravans kunnen eenvoudig weggehaald worden. Er is dus op dit moment geen reden om een voorziening te treffen in afwachting van de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een vergoeding in de proceskosten of het griffierecht.
5.1
Het bezwaar van verzoeker bestaat uit de stelling dat het college het besluit op een aantal punten niet goed heeft gemotiveerd. Die motivering kan in bezwaar alsnog gegeven worden. Er is niet gebleken van onherstelbare gebreken. Mocht het bestreden besluit alsnog herroepen worden, dan kan de exploitatie eenvoudig gestaakt worden.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr.drs. R.J. Wesel, griffier op 25 april 2023 openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.