ECLI:NL:RBZWB:2023:2840
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening opheffing gebruiksstop logiesgebouw
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom die het gebruik van een pand als logiesgebouw verbiedt. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij het pand en een aangrenzend pand als pension mogen exploiteren.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoekers weliswaar stellen over de vereiste vergunningen te beschikken, maar dat verweerders dit betwisten. Het verzoek strekt tot een verstrekkende maatregel die niet zonder meer kan worden toegewezen. Verzoekers moesten aannemelijk maken dat zij niet op de uitkomst van de bezwaarprocedure konden wachten.
Hoewel verzoekers een financieel belang aanvoerden vanwege het toeristenseizoen en reeds ontvangen boekingen, maakten zij geen aannemelijk dat sprake was van een acute financiële noodsituatie. Zij overlegden geen bewijsstukken zoals bankafschriften of accountantsverklaringen. De voorzieningenrechter oordeelde daarom dat geen sprake was van onverwijlde spoed en wees het verzoek af.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.P. Broeders op 21 april 2023 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot opheffing van de gebruiksstop wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.