ECLI:NL:RBZWB:2023:2843

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 april 2023
Publicatiedatum
25 april 2023
Zaaknummer
AWB- 23_2331 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afkeuring zorgverlener en stopzetting persoonsgebonden budget

Verzoekster maakte bezwaar tegen de afkeuring van haar zorgverlener door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, waardoor haar persoonsgebonden budget per 13 september 2022 werd stopgezet. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de uitbetaling van het budget te herstellen in afwachting van de hoofdzaak.

De voorzieningenrechter stelde vast dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. De griffier vroeg verzoekster om nadere toelichting op het spoedeisend belang, maar deze werd niet binnen de gestelde termijn gegeven.

Daarom was onvoldoende gebleken dat er sprake was van een spoedeisend belang bij het niet kunnen verzilveren van het persoonsgebonden budget. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en benadrukte dat de voorlopige voorzieningenprocedure bedoeld is voor situaties waarin snel een voorlopige maatregel noodzakelijk is.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter mr. S.A.M.L. van de Sande en griffier mr. A.J.M. van Hees op 24 april 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afkeuring van de zorgverlener en stopzetting van het persoonsgebonden budget is afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2331 WMO15 VV

uitspraak van 24 april 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,

gemachtigde: mr. M.M. G. Jurkiewicz
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de brief van 6 januari 2022 (lees 2023) van het college met betrekking tot de afkeuring van haar zorgverlener met ingang van 13 september 2022. Door deze afkeuring wordt haar persoonsgebonden budget niet meer uitbetaald. Dit is kenbaar gemaakt in de brief van 26 januari 2023 gericht aan de zorgverlener. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.
2. De griffier heeft bij brief van 12 april 2023 aan verzoekster gevraagd een toelichting te geven op het spoedeisend belang. Verzoekster heeft binnen de gestelde termijn geen nadere toelichting gegeven. Er is daarom onvoldoende gebleken dat verzoekster een spoedeisend belang heeft bij een oordeel over het niet kunnen verzilveren van haar persoonsgebonden budget bij haar zorgverlener. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zal dan ook worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 24 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.