ECLI:NL:RBZWB:2023:2843
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afkeuring zorgverlener en stopzetting persoonsgebonden budget
Verzoekster maakte bezwaar tegen de afkeuring van haar zorgverlener door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, waardoor haar persoonsgebonden budget per 13 september 2022 werd stopgezet. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de uitbetaling van het budget te herstellen in afwachting van de hoofdzaak.
De voorzieningenrechter stelde vast dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. De griffier vroeg verzoekster om nadere toelichting op het spoedeisend belang, maar deze werd niet binnen de gestelde termijn gegeven.
Daarom was onvoldoende gebleken dat er sprake was van een spoedeisend belang bij het niet kunnen verzilveren van het persoonsgebonden budget. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en benadrukte dat de voorlopige voorzieningenprocedure bedoeld is voor situaties waarin snel een voorlopige maatregel noodzakelijk is.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter mr. S.A.M.L. van de Sande en griffier mr. A.J.M. van Hees op 24 april 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afkeuring van de zorgverlener en stopzetting van het persoonsgebonden budget is afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.