ECLI:NL:RBZWB:2023:2847

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 april 2023
Publicatiedatum
25 april 2023
Zaaknummer
AWB- 23_2329 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afkeuring zorgverlener en stopzetting persoonsgebonden budget

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afkeuring van zijn zorgverlener door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, waardoor zijn persoonsgebonden budget per 13 september 2022 niet meer wordt uitbetaald. Dit besluit is kenbaar gemaakt aan de zorgverlener in een brief van 26 januari 2023.

Verzoeker heeft vervolgens bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen in afwachting van de hoofdzaak. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro besloten de zaak zonder zitting af te doen en heeft verzoeker verzocht een toelichting te geven op het spoedeisend belang.

Verzoeker heeft geen nadere toelichting gegeven binnen de gestelde termijn, waardoor onvoldoende is gebleken dat er een spoedeisend belang bestaat bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter benadrukt dat spoedeisendheid een essentieel criterium is voor het toewijzen van een voorlopige voorziening. Daarom is het verzoek afgewezen.

De uitspraak is gedaan op 24 april 2023 door voorzieningenrechter S.A.M.L. van de Sande en griffier A.J.M. van Hees, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afkeuring van de zorgverlener en stopzetting van het persoonsgebonden budget wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2329 WMO15 VV

uitspraak van 24 april 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker,

gemachtigde: mr. M.M. G. Jurkiewicz
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de brief van 6 januari 2022 (lees 2023) van het college inzake de afkeuring van zijn zorgverlener met ingang van 13 september 2022. Door deze afkeuring wordt zijn persoonsgebonden budget niet meer uitbetaald. Dit is kenbaar gemaakt in de brief van 26 januari 2023 gericht aan de zorgverlener. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.
2. De griffier heeft bij brief van 12 april 2023 aan verzoeker gevraagd een toelichting te geven op het spoedeisend belang. Verzoeker heeft binnen de gestelde termijn geen nadere toelichting gegeven. Er is daarom onvoldoende gebleken dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij een oordeel over het niet kunnen verzilveren van zijn persoonsgebonden budget bij zijn zorgverlener. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zal dan ook worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 24 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.