ECLI:NL:RBZWB:2023:2850
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen op aanvraag maatwerkvoorziening Wmo
Verzoekster diende op 4 juli 2022 een aanvraag in voor een maatwerkvoorziening individuele begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Verweerder besloot pas op 3 februari 2023 op deze aanvraag, ruim na de wettelijke beslistermijn van twee weken. Verzoekster stelde vervolgens beroep in wegens het niet tijdig beslissen, maar trok dit in nadat verweerder alsnog een besluit nam. Wel verzocht zij om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank beoordeelde of het beroepschrift aan de vereisten voldeed en stelde vast dat de beslistermijn niet rechtsgeldig was opgeschort. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet tijdig had beslist en dat verzoekster terecht beroep had ingesteld. Omdat verweerder alsnog aan het verzoek tegemoet was gekomen, werd het beroep ingetrokken, maar de rechtbank kende proceskosten toe.
De rechtbank stelde de proceskosten op €418,50 vast, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte karakter van het geschil. Daarnaast wees de rechtbank erop dat verweerder het griffierecht van €50,- moet vergoeden. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 21 april 2023.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €418,50 wegens niet tijdig beslissen.