Uitspraak
1.[eiser in conventie sub 1]
[eiser in conventie sub 2]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil tussen verhuurders en huurder over de vaststelling van servicekosten en huurverhoging van een studio. Verhuurders vorderden onder meer vernietiging van een uitspraak van de huurcommissie, betaling van huurachterstand en schadevergoeding. De huurder verzet zich tegen de huurverhoging en vordert terugbetaling van teveel betaalde servicekosten.
De rechtbank overweegt dat vernietiging van de uitspraak van de huurcommissie niet mogelijk is omdat de wet voorziet in een procedure bij de kantonrechter binnen acht weken na de uitspraak. Verhuurders hebben nagelaten een gemotiveerde vordering in te dienen. De vorderingen tot nader vaststellen van servicekosten en leges worden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De huurverhoging wordt niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over zelfstandigheid van de woonruimte. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van €212,50 die verband houdt met opschorting wegens gebrekkige internetverbinding. Andere vorderingen, zoals schadevergoeding en dwangsom voor fietsplaatsing, worden afgewezen.
In reconventie wordt vastgesteld dat de huurder teveel servicekosten heeft betaald in 2018 en 2019 en verhuurders worden veroordeeld dit bedrag van €4.357,75 terug te betalen. Vorderingen van de huurder om opschorting van internetkosten en plaatsing van zonnescherm worden afgewezen. De proceskosten worden verdeeld: partijen dragen in conventie eigen kosten, verhuurders worden in reconventie veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, verhuurders tot terugbetaling teveel betaalde servicekosten; overige vorderingen worden afgewezen.