ECLI:NL:RBZWB:2023:2901
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak
De officier van justitie heeft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €100.000,- ingediend in samenhang met een strafzaak wegens oplichting. Tijdens de zitting op 12 april 2023 hebben zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten toegelicht. De officier van justitie erkende dat oplichting bewezen was, maar stelde dat het wederrechtelijk voordeel niet aannemelijk kon worden gemaakt, en verzocht daarom de ontnemingsvordering af te wijzen.
De verdediging voerde aan dat de ontnemingsvordering onvoldoende was onderbouwd, met name door het ontbreken van een ontnemingsrapportage en onduidelijkheid over de specificatie van het gevorderde bedrag. De rechtbank heeft vervolgens de strafzaak behandeld en verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Op grond van deze vrijspraak heeft de rechtbank de ontnemingsvordering van de officier van justitie afgewezen. De beslissing werd genomen door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Middelburg en uitgesproken op 26 april 2023. Mr. Mulders was niet in staat het vonnis te ondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af vanwege de vrijspraak van verdachte.