ECLI:NL:RBZWB:2023:2908
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 januari 2023 van het dagelijks bestuur van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers waarin zijn aanvraag om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet werd afgewezen. Hij verzocht om een voorlopige voorziening, waarbij het griffierecht niet was betaald maar hij vrijstelling wegens betalingsonmacht kreeg.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het bestreden besluit betrekking had op de periode 1 augustus 2022 tot en met 27 oktober 2022, de eerste aanvraag van verzoeker. Verzoeker had later een tweede aanvraag ingediend met een verklaring dat hij tot 8 november 2022 voldoende inkomsten had gehad.
Verzoeker stelde dat hij vanaf 1 augustus 2022 geen inkomsten had omdat hij een bedrag aan ziekengeld had ontvangen dat hij met terugwerkende kracht moest terugbetalen. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit onvoldoende spoedeisend belang opleverde voor een voorlopige voorziening, mede omdat het terugbetalen nog niet zeker was.
De voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de procedure bedoeld is om in afwachting van bezwaar of beroep een voorlopige maatregel te treffen en spoedeisendheid daarbij een belangrijke rol speelt. Er was onvoldoende reden om de bijstand reeds voorlopig toe te kennen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.