ECLI:NL:RBZWB:2023:2924
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand op grond van Participatiewet en Besluit bijstandverlening zelfstandigen
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg waarin een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen werd geweigerd. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:81 Awb Pro beoordeeld of sprake was van onverwijlde spoed. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd dat hij een spoedeisend belang had. Uit de overgelegde bankafschriften bleek dat verzoeker nog een positief saldo van ruim € 5.000 op een zakelijke rekening had en daarnaast € 891 aan toeslagen per maand ontving. De vaste lasten bedroegen minder dan € 4.000, waardoor niet aannemelijk was dat verzoeker zijn vaste lasten niet kon voldoen.
Ook aanvullende stukken, waaronder gemeentelijke belastingnota’s en een uitdraai van omzetbelasting, boden geen aanleiding om het spoedeisend belang anders te beoordelen. Er was geen bewijs dat verzoeker niet in aanmerking kwam voor betalingsregelingen of dat er onoverkomelijke financiële problemen zouden ontstaan.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.A.M.L. van de Sande en griffier A.J.M. van Hees op 28 april 2023. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.