ECLI:NL:RBZWB:2023:2938
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 1 mei 2023 uitspraak gedaan in de zaak waarin belanghebbende bezwaar maakte tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2009, 2011 en 2012. De inspecteur had deze aanslagen opgelegd, maar ter zitting is vastgesteld dat de aanslagen onterecht zijn en moeten worden vernietigd, mede omdat de inkomsten uit aanmerkelijk belang geheel aan de partner van belanghebbende worden toegerekend.
Daarnaast was in geschil of belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep. De rechtbank constateerde dat de behandeling meer dan 24 maanden duurde, wat een overschrijding inhoudt. Gezien de samenhang van de zaken werd eenmaal een vergoeding van € 500 per halfjaar gehanteerd, wat resulteerde in een totale immateriële schadevergoeding van € 2.000.
De rechtbank bepaalde dat een deel van deze vergoeding (€ 417) voor rekening van de inspecteur komt en het resterende deel (€ 1.583) voor rekening van de Minister van Justitie en Veiligheid. Tevens werd belanghebbende een proceskostenvergoeding toegekend van € 1.739,50 en werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is openbaar en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen 2009, 2011 en 2012 vernietigd en immateriële schadevergoeding van € 2.000 toegekend wegens termijnoverschrijding.