Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de akte van Laurentius, tevens houdende vermindering van eis
- de akte van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Laurentius vordert betaling van een huurachterstand en kosten van twee gedaagden. De gedaagden erkennen de huurachterstand en hebben een deel betaald, maar betwisten het deel over een aanrechtblad. Laurentius vermindert haar eis en vordert uiteindelijk €138,88 aan hoofdsom, €53,73 aan incassokosten en €6,66 rente.
De kantonrechter wijst de vordering toe, omdat de huurachterstand is erkend en de incassokosten volgens het wettelijke tarief zijn onderbouwd. De wettelijke rente wordt eveneens toegewezen vanaf 5 november 2022 tot betaling. De gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van in totaal €199,27 plus rente en proceskosten.
De proceskosten worden vastgesteld op €316,24, rekening houdend met het verlaagde hoofdsombedrag. De veroordeling in proceskosten en betaling is hoofdelijk, zodat Laurentius het gehele bedrag bij één gedaagde kan innen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €199,27 plus rente en proceskosten.