Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende], te [plaats], belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid), de minister.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- [object], dit betreft een fastfood’winkel’ in het station ([naam]);
- [object], dit betreft een winkelruimte in het station;
- [object], dit betreft eveneens een winkelruimte in het station;
- [object], dit betreft een fastfoodrestaurant ([fastfoodrestaurant]). Volgens de tabel in het verweerschrift heeft dit referentieobject ook zalen, een kantoor en een dagkeuken/pantry;
- [object], dit ziet er op de foto’s uit als een café. Volgens de tabel in het verweerschrift heeft dit referentieobject een zaal, opslagruimte en kantoren.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verminderd de vastgestelde waarde van het object tot een bedrag van € 475.000 en vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
- veroordeelt de minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 50;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 2.266 proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 49 aan belanghebbende moet vergoeden.