ECLI:NL:RBZWB:2023:3023
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens te late betaling
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda. De aanslag werd opgelegd omdat bij controle op 13 november 2021 werd geconstateerd dat de auto van belanghebbende geparkeerd stond zonder dat de parkeerbelasting was voldaan.
Belanghebbende stelde dat hij de parkeerapp had gebruikt en dat de betaling via automatische incasso was voldaan. De heffingsambtenaar stelde dat het voertuig bij controle niet was aangemeld en dat pas vanaf 11:53 uur registratie in de parkeerapp was, terwijl het voertuig al om 11:38 uur geparkeerd stond.
De rechtbank overweegt dat volgens de Verordening parkeerbelastingen Breda 2021 de parkeerbelasting direct bij aanvang van het parkeren verschuldigd is, maar dat een redelijke termijn moet worden gegund voor het verrichten van uitvoeringshandelingen. Omdat belanghebbende de aanmelding pas 15 minuten na het parkeren heeft verricht, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht toe aan de gemeente. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de betaling niet binnen de redelijke termijn na het parkeren is verricht.