ECLI:NL:RBZWB:2023:3026
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-één-kapwoning met een inhoud van 420 m3 en een grondoppervlakte van 380 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning per 1 januari 2019 vast op €502.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De heffingsambtenaar voerde een taxatierapport aan waarin de woning werd vergeleken met vergelijkbare referentieobjecten in dezelfde wijk en periode. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar hiermee voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Belanghebbende betwistte het taxatierapport niet.
Verder stelde belanghebbende dat niet alle gevraagde gegevens in de bezwaarfase waren verstrekt en dat de uitspraak op bezwaar ondeugdelijk was gemotiveerd. De rechtbank verwierp deze gronden omdat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de gegevens wel waren verstrekt en de motivering van het bezwaarbesluit zakelijk en voldoende was.
De aanslag watersysteemheffing bleef buiten beschouwing omdat daartegen geen gronden waren aangevoerd. De aanslag OZB volgt het oordeel over de WOZ-waarde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en de aanslag OZB en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde van €502.000 en de aanslag OZB.