ECLI:NL:RBZWB:2023:3057

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 april 2023
Publicatiedatum
8 mei 2023
Zaaknummer
10112967 CV EXPL 22-2875 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1382 Belgisch Burgerlijk WetboekArt. 1383 Belgisch Burgerlijk Wetboek
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing schadevergoeding wegens overtreding lage-emissiezone in Antwerpen

De zaak betreft een vordering van de stad Antwerpen tegen de gedaagde wegens het niet voldoen aan de emissienormen in de lage-emissiezone (LEZ) van Antwerpen op 9 juli 2020. De stad Antwerpen legde een administratieve boete van €150 op omdat het voertuig van de gedaagde niet voldeed aan de gestelde eisen en er geen LEZ-dagpas was.

De gedaagde erkende de verschuldigdheid van de boete, maar stelde dat zij een betalingsregeling had verzocht die niet werd beantwoord. De rechtbank oordeelde dat dit verzoek geen grond biedt om de betaling te weigeren en verwees de gedaagde naar de gemachtigde van Antwerpen voor een regeling.

De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot betaling van de boete en de proceskosten, waarbij een deel van de kosten werd afgewezen wegens een onvoldoende onderbouwde akte na tussenvonnis. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €150 boete en proceskosten van €313,22 aan stad Antwerpen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 10112967 \ CV EXPL 22-2875
Vonnis van 26 april 2023
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon naar buitenlands recht
STAD ANTWERPEN,
te Antwerpen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Antwerpen,
gemachtigde: D.W.J. van Leeuwen,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.Het verdere verloop van het geding

1.1.
De procesgang blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 1 maart 2023 en de daarin genoemde stukken;
  • de akte na tussenvonnis van Antwerpen van 23 maart 2023.

2.De verdere beoordeling van de vordering

2.1.
Al hetgeen in het tussenvonnis van 1 maart 2023 is overwogen wordt hierbij als herhaald en ingelast beschouwd.
2.2.
Antwerpen heeft in reactie op het tussenvonnis van 1 maart 2023 bij akte van 29 maart 2023 haar stellingen en vorderingen aangepast aan Belgisch recht. [gedaagde] heeft – hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld – geen akte ingediend na het tussenvonnis.
2.3.
Antwerpen heeft haar vordering verminderd met de aanvankelijk door haar gevorderde buitengerechtelijke incassokosten (ten bedrage van € 40,00) en vordert thans een bedrag van € 150,00 (aan hoofdsom) en veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.
2.4.
Antwerpen legt aan haar vordering – samengevat – het volgende ten grondslag. In de stad Antwerpen zijn op grond van het Gemeentelijk Reglement Lage-Emissiezones Antwerpen (hierna: het Reglement) zogenoemde ‘Lage Emissiezones’ aangewezen. In deze zones mogen alleen motorvoertuigen rijden die voldoen aan de in het Reglement gestelde emissienormen, of wanneer men in het bezit is van een ontheffing, de zogenoemde ‘LEZ-dagpas’. Op 9 juli 2020 heeft een motorvoertuig met [kenteken] zich bevonden in een Lage Emissiezone. Dit voertuig is volgens de gegevens van het RDW geregistreerd op naam van [gedaagde]. Het voertuig voldoet niet aan de in het Regelement gestelde emissienormen. [gedaagde] was ook niet in het bezit van een LEZ-dagpas. Antwerpen heeft [gedaagde] daarom op grond van het Reglement een administratieve boete van € 150,00 opgelegd. [gedaagde] heeft niet betaald, waardoor Antwerpen stelt schade te hebben geleden op grond van artikel 1382 en Pro 1383 van het Belgisch Burgerlijk Wetboek, ter hoogte van voornoemde boete.
2.5.
[gedaagde] heeft erkend dat zij de boete had moeten betalen, zodat de gevorderde hoofdsom van € 150,00 wordt toegewezen. Het verweer van [gedaagde] dat zij heeft verzocht de boete in termijnen te mogen voldoen, maar daarop geen reactie heeft ontvangen van (de gemachtigde van) Antwerpen, maakt dat niet anders. Dit doet immers niet af aan de verschuldigdheid van het gevorderde bedrag. [gedaagde] dient zich voor het treffen van een betalingsregeling – zoals door haar verzocht – te wenden tot de gemachtigde van Antwerpen, omdat de wet geen grond biedt voor het bij vonnis dwingend opleggen van een dergelijke betalingsregeling.
2.6.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Antwerpen, waaronder de nakosten, met dien verstande dat voor de akte na tussenvonnis geen salaris zal worden toegekend omdat Antwerpen haar dagvaarding deugdelijk had moeten weergeven. De proceskosten aan de zijde van Antwerpen worden tot aan dit vonnis vastgesteld op:
- explootkosten € 107,22
- salaris gemachtigde € 78,00 (2 punten x € 39,00)
- griffierecht € 128,00
------------
totaal € 313,22
De nakosten worden begroot op:
- € 19,50 aan salaris gemachtigde, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan; en
- de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Antwerpen te betalen een bedrag van € 150,00;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van Antwerpen tot op heden vastgesteld op € 313,22;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 26 april 2023.