Uitspraak
STAD ANTWERPEN,
1.Het verdere verloop van het geding
- het tussenvonnis van 1 maart 2023 en de daarin genoemde stukken;
- de akte na tussenvonnis van Antwerpen van 23 maart 2023.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een vordering van de stad Antwerpen tegen de gedaagde wegens het niet voldoen aan de emissienormen in de lage-emissiezone (LEZ) van Antwerpen op 9 juli 2020. De stad Antwerpen legde een administratieve boete van €150 op omdat het voertuig van de gedaagde niet voldeed aan de gestelde eisen en er geen LEZ-dagpas was.
De gedaagde erkende de verschuldigdheid van de boete, maar stelde dat zij een betalingsregeling had verzocht die niet werd beantwoord. De rechtbank oordeelde dat dit verzoek geen grond biedt om de betaling te weigeren en verwees de gedaagde naar de gemachtigde van Antwerpen voor een regeling.
De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot betaling van de boete en de proceskosten, waarbij een deel van de kosten werd afgewezen wegens een onvoldoende onderbouwde akte na tussenvonnis. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €150 boete en proceskosten van €313,22 aan stad Antwerpen.