ECLI:NL:RBZWB:2023:3086
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Borm
- Rechtspraak.nl
Vordering tot terugbetaling geldlening tussen privépersonen na beëindiging arbeidsovereenkomst
Eiser heeft op 9 februari 2022 een bedrag van €16.500 aan gedaagde geleend voor de aanschaf van een auto. Partijen sloten op 24 februari 2022 een schriftelijke geldleningsovereenkomst waarin is afgesproken dat gedaagde het bedrag in maandelijkse termijnen van €300,16 zou terugbetalen met een rente van 3% per jaar.
Gedaagde is niet begonnen met aflossen en verkeert sinds 1 juli 2022 in verzuim. Eiser heeft het volledige bedrag opgeëist en vordert betaling van de hoofdsom, rente en kosten. Gedaagde voert verweer dat de lening onderdeel uitmaakt van een vaststellingsovereenkomst tussen hem en het bedrijf waar hij werkte, waarvan eiser bestuurder is, en dat eventuele loonvorderingen verrekend moeten worden.
De rechtbank oordeelt dat de geldlening is aangegaan tussen eiser en gedaagde in privé en dat de vaststellingsovereenkomst tussen gedaagde en het bedrijf hier niet aan afdoet. Verrekening met loonvorderingen is niet mogelijk in deze procedure. De vordering tot betaling van €16.500 wordt toegewezen, evenals de wettelijke rente vanaf 1 juli 2022. De gevorderde incassokosten worden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke vereisten. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €16.500 met wettelijke rente en proceskosten.