ECLI:NL:RBZWB:2023:311

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 januari 2023
Publicatiedatum
20 januari 2023
Zaaknummer
20/10399
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27h, derde lid AWRArt. 28, zevende lid AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering aanslag inkomstenbelasting en vaststelling verlies 2016 na compromis

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016 en tegen het niet verlenen van een verliesvaststellingsbeschikking. De rechtbank behandelde het beroep op 6 januari 2023.

Tijdens de zitting bereikten partijen een compromis waarbij belanghebbende een bedrag van €100.000 ten laste van de winst mag brengen vanwege afschrijving op een vordering op zijn ex-echtgenote. Hierdoor wordt de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil en wordt het verlies vastgesteld op €52.151.

Partijen spraken af elk hun eigen proceskosten te dragen. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde het verlies vast, en bepaalde dat de inspecteur het griffierecht van €48 aan belanghebbende moet vergoeden. De uitspraak is openbaar en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof.

Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2016 wordt verminderd tot nihil en het verlies uit werk en woning vastgesteld op €52.151.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 20/10399
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 januari 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [woonplaats] , belanghebbende
(gemachtigde: mr. F.C. van der Ven),
en
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

1.Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de inspecteur van 19 november 2020 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2016 (de aanslag) en het niet geven van een verliesvaststellingsbeschikking voor dat jaar.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 6 januari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en namens de inspecteur,
[naam 1] en [naam 2] .

2.Beoordeling door de rechtbank

2.1.
Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt en wel in die zin dat belanghebbende een bedrag van € 100.000 ten laste van de winst mag brengen ter zake van afschrijving op de vordering op zijn ex-echtgenote. Dat betekent dat de aanslag dient te worden verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil en dat het verlies uit werk en woning voor het jaar 2016 conform onderstaande berekening dient te worden vastgesteld.
Aangegeven belastbaar inkomen uit werk en woning
-/-
€ 286.451
Niet geaccepteerde afwaardering vordering
€ 272.441
Correctie MKB winstvrijstelling
-/-
€ 38.141
Vastgesteld verlies uit werk en woning
-/-
€ 52.151
2.2.
Partijen zijn verder overeengekomen dat zij elk hun eigen proceskosten zullen dragen.
2.3.
De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

3.Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil;
  • stelt het verlies uit werk en woning voor het jaar 2016 vast op € 52.151;
  • vermindert de in rekening gebrachte belastingrente dienovereenkomstig;
  • bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 48 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, voorzitter, mr. drs. M.H. van Schaik en mr. A.H.W. Steijn, rechters, in aanwezigheid van mr. L.M. de Leeuw van Weenen, griffier op 20 januari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist. [1]
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.

Voetnoten

1.Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de AWR.