ECLI:NL:RBZWB:2023:3143
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vergunning voor tweede elektrisch oplaadstation op verzorgingsplaats afgewezen
Eiseres, exploitant van een tankstation op een verzorgingsplaats, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat om een vergunning te verlenen aan een derde partij voor het aanleggen van een elektrisch oplaadstation met acht laadplekken op dezelfde verzorgingsplaats.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de Kennisgeving "Voorzieningen op verzorgingsplaatsen langs rijkswegen" uit 2017, waarin is bepaald dat slechts één basisvoorziening van een elektrisch laadpunt per verzorgingsplaats wordt toegestaan. Eiseres voerde aan dat het overgangsrecht niet van toepassing zou moeten zijn, omdat dit in strijd zou zijn met de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) en het doelmatig en veilig gebruik van de verzorgingsplaatsen zou ondermijnen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres wel degelijk belanghebbende is bij het besluit en dat het overgangsrecht uit de Kennisgeving 2017 van toepassing is op de aanvraag van vergunninghoudster, aangezien deze aanvraag reeds in 2011 was ingediend en nooit was ingetrokken. De minister had de vergunningverlening bovendien getoetst aan de criteria van doelmatigheid en veiligheid en deze passend bevonden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor het tweede elektrisch oplaadstation wordt ongegrond verklaard.