Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 2 november 2022 en alle daarin reeds genoemde stukken;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van gehouden op 14 december 2022;
- de conclusie na getuigenverhoor;
- de antwoordconclusie na getuigenverhoor.
2.De verdere beoordeling
We hebben modelrecht aangevraagd (...)’. Door de formulering van deze zin - meer specifiek door gebruik van het woord “we” - is het volgens [eiser] zeer begrijpelijk dat hij en [naam 1] nog niet direct beseften dat het model op naam van [gedaagde] stond. [eiser] slet dat hij dit pas later heeft ontdekt. Dat hij destijds aan [gedaagde] heeft geappt:
‘Klopt en daarom heb jij ook alles op jouw naam gezet. Is ook niet erg’was volgens [eiser] uit emotie en sarcastisch bedoeld.
“het idee”afkomstig was van [gedaagde] . In dat licht acht [gedaagde] de verklaring van [naam 1] ter zake de auteursrechten ongeloofwaardig, waar hij verklaart:
“ [gedaagde], toevoeging Rb
] had een probleemstelling, hij zocht naar een oplossing die ervoor zou zorgen dat mensen die langs het sportveld staan als toeschouwer tegen regen beschermd zijn”en
“Er werd geen enkel concreet idee van maar een begin van uitwerking gegeven”.
“Nee, daar is niets over gezegd.”