ECLI:NL:RBZWB:2023:3199
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Loon op Zand
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €252.000 per 1 januari 2020, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) van de gemeente Loon op Zand. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde na bezwaar. De rechtbank behandelde het beroep op 11 mei 2023.
De woning betreft een twee onder één kapwoning uit 1989 met een dakkapel en garage, met een woonoppervlakte van 139 m² en een inhoud van 296 m³. Belanghebbende stelde een lagere waarde van €235.000 voor, ondersteund door een waarderapport dat echter te laat werd ingediend en daarom niet in de beoordeling werd betrokken.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport van een onafhankelijke taxateur, die de woning vergeleek met vergelijkbare verkochte woningen in dezelfde straat en waardegebied. De rechtbank oordeelde dat de gebruikte vergelijkingsobjecten en de wijze van waardebepaling adequaat en inzichtelijk waren, onder meer door een cijfermatige matrix. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen begunstigend beleid of onjuiste toepassing van de wet in vergelijkbare gevallen was aangetoond.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde en de aanslag OZB niet te hoog waren vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beschikking en aanslag bleven in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €252.000 blijft gehandhaafd.