ECLI:NL:RBZWB:2023:320

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 januari 2023
Publicatiedatum
20 januari 2023
Zaaknummer
10248097_E18012023
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 lid 1 Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis)Art. 3 lid 1 Verordening (EG) Nr. 593/2008 (Rome I)Artikel 17 Hiswa algemene voorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering wegens huur ligplaats onder Nederlands recht toegewezen

Eiseres, Delta Marina B.V., vordert betaling van een bedrag wegens niet-nakoming van een huurovereenkomst voor een ligplaats in Nederland. Gedaagde, woonachtig in België, is niet verschenen en er is verstek verleend.

De rechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van Brussel I bis-verordening, omdat de gehuurde ligplaats in Nederland is gelegen. Tevens is het toepasselijke recht Nederlands, conform de rechtskeuze in de Hiswa algemene voorwaarden en Rome I-verordening.

De vordering wordt toegewezen, met uitzondering van de kosten voor aangetekende verzendingen die niet afzonderlijk worden vergoed. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.823,64, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 september 2022, en tot vergoeding van proceskosten van €1.372,63 plus rente vanaf de 15e dag na betekening.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en voorzien van een certificaat conform Brussel I bis.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.823,64 met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 10248097 CV EXPL 22-3193
vonnis d.d. 18 januari 2023
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Delta Marina B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te (4484 NV) Kortgene, aan het adres Veerdam 3,
eiseres,
gemachtigde: mr. C.A.M.H. Vink, advocaat te ’s-Hertogenbosch,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonadres] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 4 november 2022 met producties.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
2.3
Nu eiseres is gevestigd in Nederland en gedaagde woonachtig is in België, draagt de vordering een internationaal karakter en dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De Nederlandse rechter is op grond van artikel 24 lid 1 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis) bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen, aangezien de gehuurde ligplaats in Nederland is gelegen.
2.4
Vervolgens is aan de orde de vraag welk recht op onderhavige geschil van toepassing is. Partijen hebben in artikel 17 van Pro de toepasselijke Hiswa algemene voorwaarden huur en verhuur lig- en/of bergplaatsen een rechtskeuze gemaakt van het Nederlandse recht.
Op grond van artikel 3 lid 1 van Pro de Verordening (EG) Nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) is het Nederlandse recht in deze zaak van toepassing.
2.5
Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, behoudens het volgende.
2.6
De wettelijke rente zal worden toegewezen zoals hieronder vermeld.
2.7
De kantonrechter zal de gevorderde kosten aangetekende verzendingen van € 25,10 afwijzen. Deze kosten komen niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking, omdat deze kosten geacht worden te zijn begrepen in de toe te wijzen buitengerechtelijke incassokosten.
2.8
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten worden tot op heden begroot op:
€ 268,33 explootkosten en kosten betekening buitenlands exploot
€ 218,00 salaris gemachtigde
€ 487,00 griffierecht
€ 399,30 vertaalkosten
totaal € 1.372,63.
De gevorderde wettelijke rente over deze proceskosten zullen worden toegewezen vanaf de 15de dag na de datum van betekening van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.
2.9
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 53 Brussel Pro I bis zal het certificaat worden verstrekt in de vorm van het in bijlage I van deze verordening opgenomen standaardformulier, zoals bij dit vonnis gevoegd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 2.823,64, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.791,44 vanaf 23 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.372,63, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15de dag na de datum van betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.