ECLI:NL:RBZWB:2023:3215
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van der Burgt
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens niet-woonachtig zijn in sociale huurwoning
De huurder huurt sinds juni 2021 een appartement van woningcorporatie Stadlander met de verplichting het als hoofdverblijf te gebruiken. Stadlander constateerde dat de huurder langdurig afwezig was, onder meer door huisbezoeken, openstaande keukenkastdeur en post die bleef liggen, en dat zij niet bereikbaar was. Stadlander sommeerde de huurder te reageren en de huur op te zeggen, maar dit bleef uit.
De huurder stelde dat zij regelmatig elders verbleef vanwege haar werk als zelfstandig thuiszorgonderneemster, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de huurder onvoldoende gemotiveerd had betwist dat zij niet haar hoofdverblijf in de woning had. De door Stadlander overgelegde huisbezoeken, foto’s en verklaringen waren overtuigend.
De rechtbank vond de tekortkoming substantieel en rechtvaardigde daarmee ontbinding van de huurovereenkomst. Het belang van Stadlander om sociale huurwoningen beschikbaar te houden voor daadwerkelijke bewoning woog zwaarder dan het belang van de huurder om de woning als terugvaladres te houden. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en tot betaling van een gebruiksvergoeding vanaf het einde van de huurovereenkomst tot het moment dat Stadlander weer over de woning kan beschikken.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van een gebruiksvergoeding.