ECLI:NL:RBZWB:2023:3222
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Karsten-Badal
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens erkende huurachterstand zonder uitzonderlijke omstandigheden
De Stichting WonenBreburg vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] en ontruiming van het gehuurde wegens een aanzienlijke huurachterstand. [gedaagde] erkent de huurachterstand, wijst op inkomensverlies en gezondheidsproblemen, maar kan geen uitzonderlijke omstandigheden aantonen die ontbinding zouden verhinderen.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand per februari 2023 € 5.533,64 bedraagt en dat dit bedrag toewijsbaar is. Gezien de duur van de achterstand van ongeveer tien maanden is ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming gerechtvaardigd. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van € 402,77 toegewezen, omdat WonenBreburg aan de wettelijke vereisten heeft voldaan.
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 23 september 2022 over een bedrag van € 2.770,82. Voor de periode vanaf maart 2023 wordt de maandelijkse huurprijs van € 553,86 als toekomstige huur en gebruiksvergoeding toegewezen. De proceskosten worden aan [gedaagde] opgelegd. WonenBreburg heeft toegezegd de ontruiming niet uit te voeren indien een regeling wordt getroffen.
De rechtbank ontbindt de huurovereenkomst met ingang van de dag na het vonnis en veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming binnen twee weken na betekening. Tevens wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, buitengerechtelijke kosten, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, incassokosten, rente en proceskosten.