Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
- € 106,01 aan dagvaardingskosten;
- € 507,00 aan griffierecht;
- € 660,00 aan gemachtigdensalaris (2 punten à € 330,00 voor de dagvaarding en de mondelinge behandeling);
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak staat centraal of de werkzaamheden die gedaagde in opdracht van eiser heeft verricht, ondanks dat een derde deze grotendeels heeft herhaald, een waarde vertegenwoordigen waarop vergoeding kan worden gevorderd. Een deskundigenrapport stelde de waarde van arbeid en materialen vast, waarbij partijen verschillende standpunten innamen over de redelijkheid van de bedragen en de btw-plicht.
De kantonrechter volgt het deskundigenrapport grotendeels en acht een bedrag van € 4.307,70 voor arbeid en materialen redelijk, aangevuld met € 550,00 voor kosten bouwkundig tekenaar. Daarnaast wordt een bedrag van € 1.815,00 aan sloopkosten toegewezen, terwijl herstelkosten waterschade onvoldoende causaal verband vertonen en worden afgewezen.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van € 8.030,97 aan eiser, inclusief wettelijke rente, en verklaart de aannemingsovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden per 7 januari 2021. Proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd tussen partijen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 8.030,97 en de aannemingsovereenkomst wordt buitengerechtelijk ontbonden.