ECLI:NL:RBZWB:2023:3237
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing last onder dwangsom kamerverhuur in strijd met bestemmingsplan
Verzoeker maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders wegens het vermeerderen van het aantal woningen en het gebruik van een woning voor kamerverhuur in strijd met het bestemmingsplan. De overtreding met betrekking tot het aantal woningen was inmiddels opgeheven, zodat de voorzieningenrechter zich richtte op de kamerverhuur.
Verzoeker stelde dat hij al voor 2016 kamers verhuurde en dat dit onder het overgangsrecht viel, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat het bestemmingsplan uit 2012 kamerverhuur niet toestaat en dat het beroep op het overgangsrecht niet aannemelijk was. Het college was bevoegd tot handhaving en er was geen concreet zicht op legalisering, aangezien het college vasthoudt aan het verbod op kamerverhuur in de wijk.
Hoewel verzoeker financieel nadeel zou ondervinden en beroep heeft ingesteld tegen de weigering van een omgevingsvergunning, vond de voorzieningenrechter dat het algemeen belang bij handhaving zwaarder weegt. De last onder dwangsom werd daarom niet geschorst voor de volledige gevraagde termijn, maar wel verlengd tot 3 juli 2023 om verzoeker de gelegenheid te geven de overtreding te beëindigen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het college de last onder dwangsom rechtmatig heeft opgelegd en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: De last onder dwangsom wegens kamerverhuur in strijd met het bestemmingsplan wordt geschorst tot 3 juli 2023.