ECLI:NL:RBZWB:2023:3238

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 mei 2023
Publicatiedatum
12 mei 2023
Zaaknummer
AWB- 23_2314 VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Verzoekster maakte bezwaar tegen een besluit van Orionis Walcheren waarin een maatregel werd opgelegd. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tegen dit besluit.

De voorzieningenrechter wees verzoekster bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht, conform artikel 8:82 en Pro 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoekster werd gesommeerd het griffierecht binnen twee weken te voldoen, met de waarschuwing dat het verzoek anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard.

Omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn werd ontvangen, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er vond geen zitting plaats op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2314 PW VV

uitspraak van 11 mei 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,

en

het Dagelijks bestuur van Orionis Walcheren, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 17 februari 2023 (bestreden besluit) van Orionis waarbij een maatregel is opgelegd. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van Pro de Awb, in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.
2. Verzoekster is bij aangetekende brief van 12 april 2023 gewezen op de verplichting tot het betalen van griffierecht. Aan verzoekster is meegedeeld dat het griffierecht uiterlijk binnen twee weken moet worden betaald. Verzoekster is er in deze brief tevens op gewezen dat bij niet tijdige betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 11 mei 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.