ECLI:NL:RBZWB:2023:3243
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Zander
- Rechtspraak.nl
Geen opschortingsbevoegdheid bij betalingsovereenkomst aanneming
In deze civiele bodemzaak vordert eiser vergoeding van buitengerechtelijke kosten, wettelijke handelsrente, proceskosten en nakosten van gedaagde, nadat de hoofdsom van een aannemingsovereenkomst weliswaar was voldaan, maar te laat. Gedaagde stelde zich op het standpunt dat zij de betaling mocht opschorten vanwege een tegenvallende creditfactuur en het uitblijven daarvan.
De rechtbank overweegt dat, ondanks de vertraging, gedaagde slechts het factuurbedrag minus het te verwachten creditbedrag had mogen betalen en niet het gehele openstaande bedrag mocht opschorten. De rechtbank wijst de vordering van eiser toe, omdat gedaagde onterecht de betaling opschortte en daardoor kosten veroorzaakte.
De buitengerechtelijke kosten en wettelijke handelsrente worden toegewezen conform de geldende tarieven. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en nakosten, met een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis.
Uitkomst: Gedaagde had geen opschortingsbevoegdheid en wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten, rente en proceskosten.