ECLI:NL:RBZWB:2023:3316
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag 2015
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag over 2015. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn besloten op dit bezwaar. Nadat eiseres verweerder in gebreke stelde, stelde zij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat de beslistermijn, inclusief verlenging, uiterlijk op 28 februari 2023 had moeten verlopen. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist, is het beroep gegrond verklaard. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen vijf weken na verzending van het vonnis alsnog moet beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor iedere dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Tevens stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442 wegens de overschrijding van meer dan 42 dagen.
Verweerder wordt verplicht het door eiseres betaalde griffierecht van €50 te vergoeden en wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50. De rechtbank wijst een langere termijn van vijf weken toe vanwege het grote aantal bezwaren en de complexiteit van de afhandeling door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen vijf weken alsnog te beslissen met oplegging van dwangsommen en vergoeding van kosten.