Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
1.De procedure
2.Waar gaat de zaak over?
3.De feiten
- het bedrijfslogo van [gedaagde] ;
- de bedrijfsgegevens van [gedaagde] ;
- “uitvoerder werkzaamheden: [naam 1] ”;
- Het verzoek de aanbetaling te verrichten op het bankrekeningnummer van [gedaagde] .