Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2012, waarbij de inspecteur het 0%-tarief ten onrechte zou hebben toegepast. Tijdens de procedure werd de rechtbank opgedragen het strafdossier van een derde persoon in te brengen als op de zaak betrekking hebbend stuk. De inspecteur stelde dat het strafdossier niet relevant was en verzocht om geheimhouding, zodat alleen de geheimhoudingskamer kennis zou nemen van het dossier.
De geheimhoudingskamer heeft het verzoek van de inspecteur tot geheimhouding van het strafdossier beoordeeld. Zij ging ervan uit dat de stukken op de zaak betrekking hebben, maar dat geheimhouding alleen kan worden toegewezen als het belang van de derde persoon zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende bij inzage. De stukken die uitsluitend betrekking hadden op de derde persoon werden geheim gehouden.
Voor een deel van het strafdossier, waarin transacties met paarden stonden vermeld waarbij belanghebbende betrokken was, werd het verzoek tot geheimhouding afgewezen. Deze stukken kunnen ontlastende informatie bevatten en mogen niet worden achtergehouden. De inspecteur werd verzocht binnen twee weken aan te geven of hij het schoongemaakte dossier alsnog wil overleggen. De beslissing werd zonder zitting genomen en is openbaar gemaakt.