ECLI:NL:RBZWB:2023:3402
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 17 september 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, waarna eiseres op 14 december 2022 een ingebrekestelling stuurde. Omdat ook na deze ingebrekestelling geen besluit volgde, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is wegens overschrijding van de beslistermijn. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van minimaal dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht een termijn van zeven weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst dit toe, zonder verlenging voor vertraging door eiseres.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, die als licht worden aangemerkt en berekend op €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 19 mei 2023.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen zeven weken alsnog moet beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.