ECLI:NL:RBZWB:2023:3404
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning na bezwaar belanghebbende
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1920 met een inhoud van 260 m3 en een perceel van 192 m2, gekocht op 17 december 2018 voor €305.000. De WOZ-waarde voor 2020 werd vastgesteld op €299.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte. Na een uitspraak op bezwaar die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tijdig was ingediend, omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat de uitspraak op bezwaar daadwerkelijk was verzonden. De kern van het geschil betrof de waarde van de woning. De heffingsambtenaar liet een taxatierapport opstellen en stelde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld.
De rechtbank volgde dit standpunt, stellende dat de betaalde aankoopprijs kort voor de waardepeildatum in beginsel als uitgangspunt kan dienen. De door belanghebbende aangevoerde achterstallige onderhoudsstaat en te hoge aankoopprijs waren onvoldoende onderbouwd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, met handhaving van de WOZ-waarde en de aanslagen. Belanghebbende kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de WOZ-waarde en aanslagen wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €299.000 blijft gehandhaafd.