ECLI:NL:RBZWB:2023:3405
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslagen onroerendezaakbelasting 2019
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande semi-bungalow uit 1993 en betwist de WOZ-waarde van €789.000 die voor 2019 is vastgesteld. Hij stelt dat de waarde €725.000 zou moeten zijn en voert onder meer aan dat de heffingsambtenaar onvoldoende informatie heeft verstrekt en dat de waarde niet in verhouding staat tot die van buurpanden.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze heeft vastgesteld aan de hand van een taxatierapport en vergelijkingsmethode met referentieobjecten in dezelfde wijk. Er is rekening gehouden met verschillen in ligging en omgevingsfactoren, waaronder het ontbreken van een gebouwenstaffel en hinder van een nabijgelegen weg.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de objecten niet rechtens gelijk zijn vanwege verschillen in perceelkenmerken. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde en de aanslagen niet te hoog zijn vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslagen wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde en aanslagen blijven gehandhaafd.