De kinderrechter heeft op 4 mei 2023 de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige verlengd. De minderjarige woont bij de moeder, maar verblijft sinds een incident op 30 maart 2023 bij de oma vaderszijde vanwege zorgen over fysieke en verbale agressie tussen moeder en kind.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft het verzoek gedaan tot verlenging van de maatregelen omdat de moeder niet meewerkt aan het noodzakelijke hulpverleningstraject MST-CAN en de veiligheid van de minderjarige niet gegarandeerd kan worden. De minderjarige zelf heeft aangegeven niet terug te willen keren naar de moeder en wil bij de oma vaderszijde blijven.
De moeder betwist de noodzaak van de maatregel en stelt dat het incident anders is verlopen dan door de Raad gepresenteerd. Zij wil liever hulpverlening vanuit een andere instantie. De vader en de gecertificeerde instelling steunen het verzoek tot verlenging vanwege de complexe problematiek en het belang van continuïteit in de hulpverlening.
De kinderrechter oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat verlenging van de voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk is. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt tot 25 juli 2023. Het onderzoek naar een reguliere ondertoezichtstelling wordt afgerond.