ECLI:NL:RBZWB:2023:3427
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting met toekenning proceskostenvergoeding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. Het beroep werd ingediend voordat de uitspraak op bezwaar was gedaan, waardoor het prematuur leek. De rechtbank oordeelt echter dat het beroep ontvankelijk is omdat belanghebbende redelijkerwijs kon aannemen dat de uitspraak op bezwaar al was gedaan, mede door een e-mail van de heffingsambtenaar.
Tijdens de beroepsprocedure heeft de heffingsambtenaar alsnog het bezwaar van belanghebbende gehonoreerd en de naheffingsaanslag vernietigd. Hierdoor heeft het beroep geen invloed meer op de aanslag zelf, aangezien deze is komen te vervallen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte proceskosten van €418,50 en het betaalde griffierecht van €50,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro en openbaar gemaakt op 19 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.