Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 september 2022 met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek met producties;
- de conclusie van dupliek;
- de akte van uitlating van GBG .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
GBG vordert betaling van een factuur van €462,22 plus rente en incassokosten van HTW. HTW betwist de ontvangst van deze factuur en weet niet waar deze betrekking op heeft, terwijl eerdere facturen wel zijn betaald.
GBG heeft de vordering onvoldoende onderbouwd door niet duidelijk te maken waarop de factuur betrekking heeft, ondanks het overleggen van aanmaningen, WhatsApp-berichten en een facturenoverzicht. De rechtbank oordeelt dat de betwisting van HTW gemotiveerd is en dat GBG haar stelplicht niet heeft voldaan.
Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt GBG veroordeeld in de proceskosten, terwijl de proceskosten aan de zijde van HTW nihil worden vastgesteld omdat HTW zonder gemachtigde heeft geprocedeerd.
Uitkomst: De vordering van GBG tot betaling van de factuur wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.