ECLI:NL:RBZWB:2023:3443
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Ebben
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand van meer dan zeven maanden
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Alwel en de huurder over een huurachterstand en de geldigheid van een tijdelijke huurovereenkomst. Na eerdere ontbinding van een huurovereenkomst en een tijdelijke nieuwe overeenkomst, ontstond een aanzienlijke huurachterstand van meer dan zeven maanden. De huurder verweerde zich met onder meer dwang bij het aangaan van het contract en klachten over de woning, maar kon deze stellingen niet onderbouwen.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van oneigenlijke dwang en dat de huurovereenkomst geldig was. De huurachterstand werd niet betwist en vormde een ernstige tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigde. De vorderingen van Alwel tot ontbinding, ontruiming en betaling van achterstallige huur, servicekosten, incassokosten en rente werden toegewezen.
De huurder werd veroordeeld om binnen veertien dagen het gehuurde te ontruimen en de sleutels in te leveren. Tevens werd hij veroordeeld tot betaling van de volledige achterstand, bijkomende kosten en rente, alsmede proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, kosten en rente.