Uitspraak
[naam 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Stichting Stadlander vordert ontbinding van de huurovereenkomst met de huurder, vertegenwoordigd door een bewindvoerder, wegens ernstige overlast, vernielingen aan de woning en schending van de huurvoorwaarden.
De huurder veroorzaakt geluidsoverlast, drugsoverlast en stank, en heeft ramen en deuren van de woning en gemeenschappelijke ruimtes vernield. Ondanks een addendum waarin de huurder zich verplicht tot goed huurderschap en begeleiding, zijn de klachten aanhoudend.
De bewindvoerder voert verweer tegen de vorderingen, onder meer dat de verkeerde partij is gedagvaard en dat de overlast niet door de huurder wordt veroorzaakt. De kantonrechter staat toe dat de partijnaam wordt gecorrigeerd en oordeelt dat de huurder tekort is geschoten in zijn verplichtingen.
De ontbinding van de huurovereenkomst wordt toegewezen vanwege de ernst van de tekortkomingen, waarbij het belang van de verhuurder zwaarder weegt dan dat van de huurder. De vordering tot betaling van toekomstige huurpenningen wordt afgewezen. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van proceskosten.