ECLI:NL:RBZWB:2023:3522
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WIA-uitkering en dagloonberekening
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van zijn WIA-uitkering, stellende dat het UWV hem ten onrechte niet als starter heeft aangemerkt, waardoor zijn dagloon en uitkering te laag zouden zijn vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat het dagloon wordt berekend op basis van het loon in het refertejaar, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen dienstbetrekkingen. Eiser voldeed niet aan de strikte criteria voor de starterregeling, omdat hij gedurende de gehele referteperiode loon heeft ontvangen. De rechtbank benadrukt dat het Dagloonbesluit en de Wet WIA dwingendrechtelijk zijn, waardoor afwijking niet mogelijk is zonder bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin is bevestigd dat het loon in de referteperiode bepalend is en dat het evenredigheidsbeginsel hier niet toepasbaar is. Omdat eiser geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd en het dagloon niet onevenredig laag is, is het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst het beroep af, waardoor eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter M. Snoeks en griffier T.B. Both-Attema op 17 mei 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het dagloon is correct berekend.