ECLI:NL:RBZWB:2023:3527
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning dubbele kinderbijslag na intrekking afwijzend besluit door SVB
Verzoekster diende een aanvraag in voor dubbele kinderbijslag voor haar dochter met ingang van 1 januari 2020, welke door de SVB werd afgewezen. Na bezwaar en beroep, waarbij de rechtbank vragen stelde aan het CIZ, werd een positief advies afgegeven. Hierop trok de SVB het bestreden besluit in en kende alsnog dubbele kinderbijslag toe met ingang van 1 januari 2021.
Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelde vast dat de SVB volledig tegemoet was gekomen aan het beroep, waardoor het primaire besluit werd herroepen. De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe, waarbij de kosten voor rechtsbijstand en reiskosten werden vastgesteld.
De rechtbank veroordeelde de SVB tot betaling van € 1.710,40 aan proceskosten, inclusief vergoeding van de door verzoekster gemaakte reiskosten en de door haar betaalde griffierechten. De uitspraak werd gedaan door rechter P.B. van Onzenoort op 17 mei 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de SVB tot vergoeding van € 1.710,40 aan proceskosten na intrekking van het bestreden besluit en toekenning van dubbele kinderbijslag.