Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlasteleggingen
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- verdachte geen gezag had over zijn zoon [minderjarige] ,
- aangeefster wel gezag had over [minderjarige] ,
- [minderjarige] ten tijde van het tenlastegelegde nog geen twaalf jaar oud was,
- [minderjarige] op 29 mei 2022 en 1 juni 2022 bij verdachte in de auto is gestapt en zij samen zijn weggereden,
- verdachte op die dagen samen met [minderjarige] de door verbalisanten omschreven route heeft gereden.
bewust heeft aanvaard, omdat ook sprake kan zijn van bewuste schuld. Bepaalde gedragingen kunnen echter naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het betreffende gevolg bewust heeft aanvaard.
terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro de WVW94 het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stof en/of alcohol 2.2 microgram THC per liter bloed en 1.00 milligram alcohol per milliliter bloed bedroeg.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van alle feiten komt, kan de raadsman zich vinden in de eis van de officier van justitie. De raadsman heeft wel verzocht om daarbij geen bijzondere voorwaarde in de vorm van een contactverbod voor de kinderen op te leggen, omdat verdachte het contact en de omgang met zijn kinderen, via de juridische weg, wil gaan formaliseren en opbouwen. Verdachte heeft er geen bezwaar tegen als het contact met zijn kinderen onder toezicht zou moeten verlopen en zal zich ook niet verzetten tegen een locatieverbod.
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 361 dagen, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;