Belanghebbende, een buitenlands belastingplichtige, diende een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2013 in, nadat een naheffingsaanslag dividendbelasting was opgelegd aan een Luxemburgs lichaam waarin hij indirect aandeelhouder was. De inspecteur wees het verzoek af omdat het buiten de wettelijke vijfjaarstermijn was ingediend.
De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze afwijzing en oordeelde dat de inspecteur niet verplicht was om zonder verzoek ambtshalve te verminderen. Het verzoek was te laat ingediend en belanghebbende had geen feiten of omstandigheden aannemelijk gemaakt die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten.
De stelling dat het verzoek niet eerder kon worden ingediend vanwege het late opleggen van de naheffingsaanslag werd verworpen, omdat voldoende tijd beschikbaar was om het verzoek tijdig in te dienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.