ECLI:NL:RBZWB:2023:3600

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 mei 2023
Publicatiedatum
25 mei 2023
Zaaknummer
02/006563-92
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e SrArt. 242 SrArt. 282 SrArt. 310 SrArt. 311 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van tbs-maatregel met verpleging van overheidswege met één jaar

Betrokkene is sinds 1996 ter beschikking gesteld met verpleging van overheidswege (tbs) na een veroordeling voor ernstige delicten. De tbs is eerder verlengd en nu staat een nieuwe verlenging ter discussie.

De tbs-instelling adviseert verlenging met één jaar vanwege een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken, psychopathie en middelengebruik. Betrokkene toont goede samenwerking met het behandelteam en er is een transmurale machtiging afgegeven voor een woning met 24-uursbegeleiding, maar de beschikbaarheid van deze woning is onzeker door de woningmarkt.

De officier van justitie past de vordering aan tot verlenging met één jaar en benadrukt het belang van perspectief en de noodzaak om de reclassering bij het uitstroomtraject te betrekken. De verdediging pleit voor een voorwaardelijke beëindiging en aanhouding van de zaak om de reclassering te laten onderzoeken of dit mogelijk is.

De rechtbank oordeelt dat het recidivegevaar nog aanwezig is en verlengt de tbs met één jaar, afwijkend van het uitgangspunt van twee jaar verlenging, vanwege de specifieke omstandigheden en het belang van een eerder toetsmoment. De reclassering wordt opgedragen direct betrokken te worden bij het uitstroomtraject en onderzoek te doen naar mogelijke voorwaardelijke beëindiging. Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met één jaar en beveelt actieve betrokkenheid van de reclassering bij het uitstroomtraject.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02/006563-92
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 25 mei 2023
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]
geboren op [geboortedag] 1956 te [geboorteplaats]
verblijvende in FPC Van der [kliniek] te [plaats]

1.De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 13 april 2023, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met twee jaar;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van 28 maart 2022 tot en met 27 maart 2023;
- het verlengingsadvies van FPC [kliniek] (hierna: tbs-instelling) van
27 maart 2023.

2.De procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Breda van 5 januari 1993 is betrokkene wegens overtreding van de artikelen 242, 282, 310, 311, 317 en 321 van het Wetboek van Strafrecht veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar en tbs met dwangverpleging.
De rechtbank constateert dat het hier onder meer gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, oftewel misdrijven gericht tegen of met gevaar voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
De tbs is op 31 juli 1996 aangevangen en voor het laatst bij beslissing van 24 mei 2022 verlengd voor een termijn van één jaar.
Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 11 mei 2023 is de officier van justitie mr. P.W.P. Emmen gehoord. Tevens is [betrokkene] gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te ‘s-Gravenhage.
Voorts is de deskundige [deskundige], GZ-psycholoog en hoofd behandeling bij de tbs-instelling, gehoord.

3.Het advies van de tbs-instelling

De tbs-instelling heeft geadviseerd de tbs te verlengen met één jaar en daartoe aangevoerd dat bij [betrokkene] sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken en stoornissen in middelengebruik. Tevens is sprake van psychopathie. De samenwerkingsrelatie met het behandelingsteam blijft naar wens verlopen, waarbij [betrokkene] goed contact onderhoudt met het behandelingsteam en het behandelingsteam opzoekt bij twijfels en/of onduidelijkheden. Daarnaast maakt hij spanningen en negatieve gevoelens op adequate wijze bespreekbaar en voegt hij zich naar de geldende regels en afspraken. Omdat [betrokkene] de stijgende lijn in de behandeling voortzet, is eind februari 2023 een aanvraag transmuraal verlof ingediend, waarbij ook een uitbreiding van de onbegeleide vrijheden is aangevraagd. Zeer recent is hier departementale toestemming voor verleend. In dit kader wordt beoogd [betrokkene] komende periode te laten verhuizen naar een zelfstandige woning van [naam] met 24-uursbegeleiding. Omdat er sprake is van een wachtlijst is nog onduidelijk op welke termijn hij hierheen kan verhuizen. Indien het huidige traject te lang op zich laat wachten zal worden gekeken naar alternatieven om [betrokkene] wel te kunnen laten doorstromen naar een transmurale woonvoorziening met passende ondersteuning. Daarnaast zullen de onbegeleide verloven komende periode worden uitgebreid. Verwacht wordt dat [betrokkene] langdurig ondersteuning en toezicht nodig zal hebben. Hoewel verwacht wordt dat het traject meer dan een jaar in beslag zal nemen, wordt geadviseerd de tbs met één jaar te verlengen. Dit zorgt ervoor dat [betrokkene] perspectief blijft ervaren en zijn onvrede over het langdurige karakter van het behandeltraject wordt geminimaliseerd. Na een jaar kan opnieuw gekeken worden naar de vorderingen in het traject. Hiermee wil de kliniek niet zeggen dat een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege in het verschiet moet zijn over een jaar, maar wel dat er aandacht moet blijven voor de lange behandelduur en de prognose van [betrokkene].
Ter zitting heeft de [deskundige] daaraan toegevoegd dat de transmurale machtiging voor een woning van [naam] is afgegeven. Het maakt het ingewikkeld dat de beschikbaarheid van een woning afhankelijk is van de woningmarkt. Eerst moet iemand anders naar een andere voorziening verhuizen, voordat een woning beschikbaar komt voor [betrokkene]. Met het huidige behandelteam wordt vast kennis gemaakt met de begeleiding van [naam]. Er is geen zicht op welke termijn er een woning vrijkomt. Op het moment dat de tbs voorwaardelijk wordt beëindigd dan verliest [betrokkene] zijn plek op de lijst voor een woning, omdat het plaatsingstraject en de daarbij behorende financiering dan via de reclassering loopt. Het transmurale team vindt het nog te vroeg om de reclassering bij het tbs-traject te betrekken. Als het te lang gaat duren, wordt gekeken naar een plek buiten de regio Utrecht. Met de proportionaliteit van de tbs worstelt de kliniek al jaren. Het is van groot belang dat [betrokkene] ergens wordt geplaatst waar hij tevreden is.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering aangepast in die zin dat de tbs slechts verlengd dient te worden met één jaar. Aan de wettelijke vereisten daarvoor is voldaan. [betrokkene] verblijft al lang in de tbs en heeft recht op perspectief en een stip aan de horizon. De kliniek is ermee bezig een zo zacht mogelijke landing te bewerkstelligen. Feitelijk komt het erop neer dat de woningmarkt de uitstroom van [betrokkene] tegenhoudt. Er moet worden ingezet op het traject dat de kliniek voor ogen heeft, maar er kan niet oneindig op [naam] worden gewacht. De reclassering moet door de tbs-instelling alvast worden betrokken bij het uitstroomtraject.

5.Het standpunt van de verdediging

[betrokkene] heeft ter zitting verklaard dat hij een voorwaardelijke beëindiging op zijn plaats vindt en dat hij met de reclassering aan de slag wil. Hij heeft geen behandeling meer en zit enkel op de beschikbaarheid van een woning te wachten.
De raadsman heeft aangevoerd dat de proportionaliteit in het geding is. Het verlengingsadvies is zeer positief. Daarin staat ook dat bij transmuraal verblijf in een woning van [naam] het risico op (niet-)seksueel gewelddadig gedrag wordt ingeschat als laag tot matig. Als gevolg van meer vrijheid, minder intensieve hulpverlening en het leren kennen van een nieuw behandelingsteam neemt het risico enigszins toe. De verwachting is dat dit voornamelijk om klein regelbrekend gedrag of eventueel verbale agressie zal gaan. Ernstige recidive zal naar verwachting ook bij [naam] niet voorvallen, aangezien ook daar voldoende begeleiding en toezicht zal zijn om tijdig problemen te signaleren. Vorig jaar is toegezegd dat de reclassering zou worden ingeschakeld, maar dat is niet gebeurd. Verzocht wordt om de beslissing aan te houden, zodat door de reclassering kan worden onderzocht of voorwaardelijke beëindiging aan de orde is. Een verlenging van twee jaar is niet op zijn plaats.

6.Het oordeel van de rechtbank

De tbs-maatregel kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
De vraag die vervolgens voorligt, is of de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege met één of twee jaar moet worden verlengd. Uitgangspunt is dat wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging met een termijn van één jaar, de tbs verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. Dit is slechts anders indien er een reële kans is dat de tbs na verloop van één jaar kan worden gewijzigd of beëindigd dan wel indien het verloop van de behandeling van de terbeschikkinggestelde daartoe aanleiding geeft.
De rechtbank is van oordeel dat in onderhavige zaak van bovengenoemd uitgangspunt afgeweken kan worden. [betrokkene] heeft de behandeling volledig doorlopen. Uit de informatie van de deskundige ter zitting blijkt dat de transmurale machtiging voor een woning van [naam] reeds is afgegeven, maar dat nog onduidelijk is wanneer [betrokkene] daar terecht kan. Dat is geheel afhankelijk van de woningmarkt. Hoewel geen zekerheid bestaat over de vraag of de tbs binnen één jaar kan worden afgerond, acht de rechtbank het wenselijk om in deze eindfase regie te houden op de voortgang van de tbs.
Om de kans op een goed verloop te optimaliseren is de rechtbank van oordeel dat het in dit specifieke geval noodzakelijk is om maatwerk te bieden door middel van een kortere verlenging en een eerder toetsmoment door de rechtbank. Zij wijkt daarom af van het eerder genoemde uitgangspunt en verlengt de tbs met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met één jaar. Op dit moment wordt nog voldaan aan de eisen van proportionaliteit.
Daarbij geeft de rechtbank de tbs-instelling de opdracht om de reclassering per direct actief te betrekken bij het uitstroomtraject van [betrokkene]. De reclassering dient te onderzoeken of zij betrokken kan worden bij de tbs in het kader van forensisch psychiatrisch toezicht dan wel of een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege van de tbs tot de mogelijkheden behoort. Voor de volgende verlengingszitting dient de reclassering concrete resultaten van dit onderzoek te verstrekken aan de kliniek en het Openbaar Ministerie, zodat dit stuk bij de volgende verlengingszitting kan worden betrokken.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het aanhouden van de zaak voor het onderzoeken van de mogelijkheid van voorwaardelijke beëindiging nu geen meerwaarde heeft. De rechtbank verwacht van het hiervoor beschreven onderzoekstraject van de reclassering in combinatie met het ingezette uitplaatsingstraject van de tbs-instelling meer resultaat. Om die reden wijst zij het verzoek van de verdediging om de zaak aan te houden af.

7.De beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met één jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.F.C. Janssen, voorzitter, mr. J.C.A.M. Los en
mr. D.L.J. Martens, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. van Krevel en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 mei 2023.