Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2018 en de daarbij behorende belastingrentebeschikking, omdat de inspecteur de aftrek van specifieke zorgkosten geheel had geweigerd.
De rechtbank beoordeelde de verschillende categorieën zorgkosten, waaronder genees- en heelkundige hulp, vervoerskosten, hulpmiddelen, dieetkosten en extra kleding en beddengoed. Voor enkele posten, zoals tandartskosten en hulpmiddelen, werd de aftrek geweigerd wegens onvoldoende bewijs of omdat de kosten niet in 2018 waren gemaakt. Voor vervoerskosten, dieetkosten en extra kleding werd een deel van de aftrek toegekend, waarbij de rechtbank onder meer het standpunt van de inspecteur inzake gewekt vertrouwen volgde.
De rechtbank stelde het totale aftrekbare bedrag voor specifieke zorgkosten vast op €4.497, wat leidde tot een vermindering van het belastbaar inkomen uit werk en woning tot €16.211. De belastingrente werd dienovereenkomstig verminderd. Daarnaast werd belanghebbende het betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding toegekend, waarbij de vergoeding werd verdeeld met de echtgenote vanwege samenhang van de zaken.