Uitspraak
1.De procedure
- het mondeling antwoord waarbij producties zijn overgelegd;
- de conclusie van repliek met producties;
- de mondelinge dupliek;
- de akte uitlating producties van CZ.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een vordering van CZ Zorgverzekeringen tegen gedaagde tot betaling van achterstallige zorgpremies over mei en juni 2022, inclusief rente en incassokosten. Gedaagde betwistte de vordering en stelde dat alle premies betaald waren, onderbouwd met betalingsbewijzen.
De rechter oordeelde dat de betaling van mei 2022 door gedaagde was voldaan, omdat een betaling zonder betalingskenmerk door CZ was toegerekend aan april 2022 en de daaropvolgende betaling daardoor de maand mei dekte. De betaling voor juni 2022 was echter niet aangetoond, omdat de betaling die gedaagde aanvoerde als juni 2022 was toegeschreven aan juli 2022 vanwege het betalingskenmerk.
Daarom werd de vordering voor de premie van juni 2022 toegewezen. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van €40,00 en wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 1 juni 2022 toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van in totaal €162,25 plus rente en proceskosten. De vordering voor mei 2022 werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige premie juni 2022, incassokosten en rente, terwijl vordering voor mei 2022 wordt afgewezen.