Eiseres, sinds 1978 werkzaam als receptioniste/telefoniste, viel in januari 2017 uit wegens gezondheidsklachten en ontving vanaf januari 2019 een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 100%.
Na een herbeoordeling op verzoek van de ex-werkgever in 2020, handhaafde het UWV aanvankelijk het besluit, maar verklaarde later het bezwaar van de ex-werkgever gegrond, stellende dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering.
Na beroep en een nieuw besluit handhaafde het UWV de uitkering ongewijzigd. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is, maar het beroep tegen het tweede besluit ongegrond vanwege onvoldoende bewijs van duurzame arbeidsongeschiktheid.
De medische en arbeidsdeskundige rapportages ondersteunen het standpunt dat verbetering mogelijk is en dat eiseres niet duurzaam arbeidsongeschikt is. De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.